Artikels over bloemen:

Bloemen voor het bloemschikken in de tuin.

1. Inleiding

De edele kunst van het bloemschikken kent de laatste tijd een ware hype. In grote getallen worden kerken, kastelen en stadhuizen overal te lande met riante bloemruikers opgesierd. De Sint-Truidense cultuurtempel heeft wekelijks lokalen te kort om de overbevolkte bloemschikcursussen op een degelijke wijze onder te brengen. Het bloemschikken is uitgegroeid tot de drukst bezette activiteit van onze vereniging. Het is trouwens de enigste aangelegenheid in onze vereniging, in tegenstelling tot het bestuur, waar de dames de volslagen meerderheid uitmaken.

Het is niet altijd nodig om voor het bloemschikken naar een bloemenwinkel te hollen om daar alle attributen voor ons bloemstuk bij elkaar te scharrellen. Onze tuin vormt een haast onuitputtelijke bron van materialen om mooie tijdsgebonden bloemstukken te maken. In de reeks bloemschikken in het tijdschrift "De Volkstuin" maakt onze bloemschikker steeds gebruik van een aantal planten en bloemen die hij uit zijn bescheiden stadstuintje plukt.

Het bloemschikken is een kunst die het verlengde vormt van het hele tuingebeuren. De bloemen en planten die in onze tuin verschijnen, krijgen vaak een tweede dimensie in een beeldig bloemstuk dat onze huiskamer opsiert. De tuin is voor de bloemschik(k)(st)ers een onuitputtelijke bron van inspiratie. In de tuin ziet men bloemen en planten op een natuurlijke wijze tot een esthetisch geheel evolueren. Het kopiëren, evalueren, abstraheren en dit alles op een kunstige wijze verwerken is de beste mannier om tot een mooi bloemstuk te komen.

Om deze theorie in praktijk om te zetten nodigde de Volkstuinen Sint-Truiden de radio en TV-tuinman en tevens voorzitter van de Volkstuinen Limburg Jean Claes uit om in het CC van Sint-Truiden over bloemen en planten voor het bloemschikken in de tuin te praten. In zijn referaat liet deze "éminence grise" van de tuin een aantal planten en bloemen die regelmatig in bloemstukken zitten en in de tuin een beeldig plaatsje vinden de revue passeren.

2. Eénjarigen

Heel wat éénjarigen komen in aanmerking om in een bloemstuk verwerkt te worden. Het probleem is echter dat als wij niet deskundig te werk gaan wij de opkomende plantjes niet gaan herkennen van het ontkruid dat zich gelijktijdig gaat ontwikkelen. Vandaar dat wij de plantjes netjes in gleufjes gaan zaaien en tussen de rijtjes voldoende plaats houden zodat wij de tussenruimten kunnen bewerken.

We maken de gleufjes goed diep en daarin doen wij onkruidvrije potgrond zodat de opkomst van het onkruid tussen de plantjes tot het minimum beperkt wordt. We dekken zaaigleuven eveneens met potgrond af.

We zaaien ook niet te dik op mekaar. Dunnen is een moeilijke karwei en het gaat altijd ten koste van de ontwikkeling van de plantjes.

Het verplanten van sommige éénjarigen is zeer gevaarlijk want heel wat planten gaan dan in stress en blijven een hele tijd treuren.

2.1. Delphinium

Bij de meeste snijbloemen gaat men bij de bloei de bloem wegsnijden. Bij deze plant kan men de plant echter het best uittrekken, de wortels afsnijden en dan in een vaas zetten of in een bloemstuk verwerken.

De bloeitijd van de meeste éénjarigen is erg kort. Daarom zaait men best met een week tussenpauze. Hierdoor krijgt men een spreiding in de bloei. Natuurlijk houdt men rekening met de plaats. Men moet ruimte voorzien om te kunnen bijzaaien.

Bij vaste planten of doorbloeiende planten heeft men dit probleem niet omdat er daar steeds nieuwe bloemen bijkomen op de zijtakken.

Indien men te laat delphinium gaat zaaien (eind juli) dan gaat de witziekte toeslaan. Hier moet men dan besproeien met een sproeimiddel tegen witziekte. Het is belangrijk dat men regelmatig spuit en eens een ander middel gebruikt.

Bij de kweek van éénjarigen mag men niet te veel mest gebruiken omdat de planten te veel in de groei gaan schieten. Hierdoor krijgen wij ijle struiken die niet stevig op hun poten staan en makkelijk gaan afknappen en afbreken.

2.2. Nigella of juffertje-in-het-groen

Dit is een éénjarige die zeker niet in de tuin van een bloemschik(st)(k)er mag ontbreken. Deze kunnen wij ter plaatse zaaien want het verdraagt het verplanten niet. Het is geschikt om zowel vers of als droogbloem gebruikt te worden.

2.3. Zinia

De zinia is een gerbera-achtige bloem. We zaaien ze het best ter plaatse want de voorgetrokken planten hebben een voorsprong van ongeveer twee weken. Dus om veel moeilijkheden te vermijden is het best om deze plantjes ter plaatse te zaaien.

2.4. Asters

Deze plantjes doen het ook uitstekend in de tuin doch zijn onderhevig aan wortelrot. We zetten dus nooit asters jaar na jaar op dezelfde plek. Indien wij hiertoe verplicht zijn kunnen wij de grond met een grondontsmettingsmiddel bewerken alvorens te planten of te zaaien. Ook de aster is een bloem die zich tot droging leent.

2.5. Amaranthus of kattenstaart

Hierin hebben rode en groene staarten als bloemen. Er zijn rechtopstaande en afhangende staarten. Deze bloemen lenen zich uitstekend voor het maken van zowel horizontaal als verticaal opgebouwde bloemstukken.

De kweek loopt van een leien dakje want de plant zaait zichzelf uit zodat het in een niet goed onderhouden tuin kan uitgroeien tot een plaag. Na een tijdje gaan de vanzelf gezaaide kattenstaarten verkommeren en verwilderen. Wil men extra grote en lange staarten kweken dan zet men de planten een flink stuk uit elkaar en geeft men de plant regelmatig voeding. Meterslange kattenstaarten vallen u dan ten deel!

2.6. Gypsophila elegans

De éénjarige gypsophilla zou men best om de veertien dagen moeten zaaien omdat de bloei zo kort is.

2.7. Mengsels

Voor degene die van afwisseling houdt zijn de zaadpakjes waarin bloemenzaad zit van diverse éénjarigen met éénzelfde tint een uitstekend en kostensparend alternatief. Belangrijk is dat men de planten niet te dicht op mekaar zaait zodat de planten goed kunnen uitgroeien en het onderhoud doenbaar blijft.

2.8. Siergrassen

Siergrassen zijn heel gemakkelijk om te kweken. Wel moet men hier oppassen voor verwildering.

3. Tweejarigen

3.1. Dianthus of duizendschoon

Dit is een uitstekende snijbloem omdat zij ontluikt op een moment dat de voorjaarsbloeiers het loodje hebben gelegd. Deze bloem overbrugt de tijd van half mei tot eind juni. Wij planten ze best op een beschutte plaats zodat ze vroeger gaat bloeien. De variëteit "lentebloeier" gaat wel veertien dagen vlugger in bloei dan zijn soortgenoten.

We zaaien ze best in juni en hebben dan goed ontwikkelde planten om de winter in te gaan.

De duizendschoon is een stevige bloem die zich laat drogen. Aan de stengel zit veel groen zodat in een boeket met duizendschoon niet veel bijkomstig groen moet aangebracht worden.

3.2. Lunaria of Judaspenning

Deze plant is wel vlug uitgebloeid maar het zijn de penningvormige zaaddozen die deze plant voor het bloemschikken zo aantrekkelijk maken. Het grootste nadeel zit in zijn haast onuitroeibare voortplantingsdrang maar met wat wieden krijgt men er wel paal en perk aan.

In een grote tuin is een groot perceel Judaspenning soms een hele verademing na de bloemen weelde van de voorjaarsbolgewassen

4. Bol- en knolgewassen

Wil men het jaar rond snijbloemen dan heeft men zeker bol en knolgewassen nodig in de tuin. Voor meer informatie over dit onderwerp neemt best "Baas in eigen tuin" nr 64 ter hand.

5. Vaste planten

Onder vaste planten rekenen wij de planten die de winter boven- of ondergronds doorkomen en in de lente weer de kop opsteken om te groeien en te bloeien.

Bij deze planten hebben wij een rijke keuze. Wij kunnen deze planten in onze vaste border onderbrengen maar omdat wij aan deze planten voortdurend zitten te knippen is het om esthetische reden beter dat wij een hoekje in onze tuin voorbehouden om snijbloemen voor onze bloemstukken te kweken.

5.1. Delphinium of ridderspoor

Dit is een bloem om in zeer grote bloemstukken te verwerken. Een delphinium kunnen wij uit zaad kweken. Een zaadmengsel kopen leidt meestal tot de meest diverse variëteiten. Wij kopen beter één bepaalde variëteit waarvan wij precies weten wat voor bloemen de plant gaat geven. Voor ons, bescheiden mensen, is een kleinblijvende soort vaak de beste.

Om volledig zeker te zijn van ons materiaal is het best om de planten in een goed tuinderbedrijf te kopen en deze in het najaar te planten zodat wij het jaar daarop de juiste plant op de juiste plaats hebben staan.

Een delphinium houdt het ongeveer drie jaar op dezelfde plaats uit. De grond mag niet te zwaar en niet te vochtig zijn. Na die drie jaar is het best dat men met nieuwe planten vertrekt.

Vernieuwen kan ook met het scheuren en verplanten van de struiken. Zoals bij de delphinium moeten wij bij alle vaste planten zowel in de snijtuin als in de vaste border zeer zuinig zijn met de bemesting. Eigenlijk mogen wij het mesten eens overslaan. Mest aan vaste planten maakt de planten gevoelig voor overgroei met de dood tot gevolg.

De laatste tijd zijn er een hele reeks nieuwe variëteiten van riddersporen in diverse kleuren gaande van geel, roze naar rood aangetreden. Deze planten bieden weer meer mogelijkheden aan de bloemschik(st)(k)ers.

De vorm van het blad van de delphinium vormt een aantrekkelijk element bij de verwerking van deze plant in een bloemstuk.

5.2. Gypsophila paniculata

Hierin zijn zowel compacte als losgroeiende variëteiten die elk op hun beurt voor de bloemsierkunst dienstig zijn. De juiste plant te pakken te krijgen is niet steeds eenvoudig. Men zou ergens een plant in vertrouwen kunnen kopen. Gypsophila zaaien is altijd zeer riskant omdat wij nooit weten wat er tevoorschijn gaat komen.

Wij kunnen gypsophila niet scheuren. Het is één stam waarop de zijtakken groeien. Stekken gaat ook heel moeilijk zodat men met weefselkweek de planten gaat vermenigvuldigen.

Gysophyla moet ver van mekaar staan op een droge plaats. Hij vraagt wat voedsel en de afgesneden bloemen zijn uitermate dankbaar voor water met wat suiker in.

5.3. Liatris

Dit is een aparte plant met roze, paarse en witte bloemen. De liatris is zelf te zaaien. De plant geeft kleine bolletjes die men kan drogen en na de winter weer kan planten.

De bolletjes gaan na een paar jaar achteruit zodat men zijn bestand aan liatris beter om de paar jaar gaat vernieuwen.

De witte variëteiten zijn gevoelig voor wortelrot. De liatris is ook onderhevig aan grondmoeheid zodat men de nieuwe planten beter op een ander stukje grond zet. Teeltafwisseling is tevens bij de meeste van de hier opgesomde planten aan te raden.

De bloem van de liatris bloeit van boven naar onder.

5.4. Hosta

Er zijn een groot aantal hosta’s die zowel in grootte als in bladtekening danig van mekaar verschillen. Vooral de bontbladige variëteiten met blinkende bladeren komen voor het bloemschikken in aanmerking. Een hosta houdt van een vochtige voedsel- en compostrijke grond waarin weinig kalk zit.

Het blad van een hosta kan in zeer jonge toestand reeds in de bloemstukken verwerkt worden.

Na het uitschieten na de winter maakt de plant geen nieuw blad meer zodat hetgeen wij van de plant wegsnijden niet meer bijkomt. Wij planten dus voldoende planten zodat wij de planten niet totaal kaal moeten plukken.

Na een 5 tal jaren groeit de hosta uit tot een nogal rommelige struik zodat wij hem dan moeten gaan scheuren. Wij halen de plant uit de grond en nemen de jonge scheuten weg om ze ergens anders te planten. Deze actie kan zowel in het voor- als in het najaar doorgaan.

De groenbladige hosta kan men uit zaad vermeerderen, de bontbladigen zijn kruisingen en daardoor zijn hun zaden niet soortecht. De oudste soorten zijn meestal de sterkste.

Een hosta is in bloemstukken uitermate geschikt als opvulling van grotere delen.

5.5. Herfstaster of septemberkruid

Herfstasters zijn vaste planten die de laatste tijd in diverse kleuren in de gespecialiseerde kwekerijen te verkrijgen zijn. Door hun stijgende populariteit breidt ook het assortiment gestadig uit. Naast het alom gekend "witbloemig" met geel hart getooid septemberkruid zijn er nu blauw-gele en purper-gele variëteiten in overvloed. Eén groot nadeel van de herfstaster is naargelang de variëteit, hun gevoeligheid voor witziekte.

5.6. Phlox

Deze zeer gekende en misschien ten onrechte uit de mode geraakte borderplant is met zijn vele variëteiten zeer geschikt om in bloemstukken verwerkt te worden. Vooral de soorten met de kleinere bloemtrossen zijn voor het bloemschikken geschikt. Bij de grotere soorten is het aangeraden om de bloemtrossen te verkleinen om het evenwicht in het bloemstuk niet te verstoren. Ook hier treedt de witziekte regelmatig op. Het is dus raadzaam om telkens men met een product tegen de witziekte (op rozen of andere heesters) gaat spuiten ook deze planten even onder handen te nemen.

Kort na de winter gaan wij deze planten om de drie jaar verplanten of scheuren omdat het hart van de plant gaat verouderen zodat de bloemen kleiner worden. Als de scheuten niet te lang zijn uitgegroeid gaan de gescheurde planten evengoed bloeien als de ouderen.

Indien men een hele reeks planten wil kweken kan men de kopstekken stekken. Hiervoor snijden we de kopstekken af met een scherp mes, laten de wonde wat opdrogen, doen er wat stekpoeder aan en plaatsen we de stekken in een pot met stekgrond onder een plastiek. Het eerste jaar vormen zich dan kleine planten die het jaar daarop als volwaardige struiken onze tuin zullen sieren.

5.7. Lupinus of lupine

Dit is een uitstekende borderplanten om de bloemenarme tijd - rond het midden van mei - in de tuin te overbruggen. Als snijbloem is de lupine echter van weinig betekenis. Ze laat te vlug haar bloemen vallen als men ze afsnijdt. Vroeger werd deze plant gebruikt om te strooien tijdens de jaarlijkse processie maar ook deze devote gewoonte is reeds ettelijke jaren van de aardbol verdwenen.

5.8. Herfstbloeiende chrysanten

Deze kleinbloemige variëteiten van de vertrouwde Allerheiligenchrysant wordt veel te weinig gekweekt. Deze kunnen zeer goed in potten gekweekt worden zodat men de bloeitijd gevoelig kan verlengen. Indien de planten tegen de vorst nog niet bloeien kan men ze op een beschutte plaats zetten en daar tot bloei laten komen.

Deze planten zijn zeer gemakkelijk te stekken. Wanneer men begin mei stekken neemt, ze begin juni oppot en ze begin juli topt heeft men in oktober-november bloemen. Om te stekken moeten wij erop letten dat er nog een paar blaadjes aan het stekje zitten want een bladloze stek wortelt moeilijk. Stekpoeder is voor een chrysant niet nodig. Een chrysant stekt het best in een aarden pot. Voor elke stek is het belangrijk dat men de natte grond tegen de snijwonde drukt. Een plastik zak over de pot trekken is geen overbodige luxe.

Het stekken in zwarte plastieken potten is gevaarlijk omdat de junizon deze potten zo kan opwarmen dat onze stekken gekookt worden.

Na een achttal dagen hebben de stekken reeds voldoende wortels om verpot te worden. Daarna geven wij wat meststoffen. Eens in de was halen wij de top uit de plant. Dan geeft de plant 5-6 scheuten. De meeste mensen laten de stekken te lang in het kleine potje staan zodat door gebrek aan voeding en voldoende verse grond de groei uit de plant verdwijnt.

De flink bewortelde stekken zet men in een "chrysantenpot". Dit zijn aarden potten met een immens groot gat in de bodem. Deze potten kan men dan eind juli in de volle grond plaatsen. Deze potten moeten niet te diep staan. Indien ze te diep zitten hebben de wortels niet genoeg lucht en wortelen ze niet door. Door ze een vijftal cm in de grond te zetten wordt de kans van het omwaaien van de potten verkleind.

Aan te hoog opgeschoten chrysanten zetten wij een steun en wij controleren de planten regelmatig op de aanwezigheid van bladluizen die wij dan met de gepaste middelen gaan bestrijden. Afleggen kan ook.

Een chrysant zet men best zo vlug mogelijk buiten om te lange "nekken" te vermijden.

Deze chrysanten lenen zich uitstekend voor het bloemschikken en met een mum van inspanning kan men ze overwinteren om het volgend jaar weer in bloei te trekken.

Er zijn heel wat variëteiten die afhankelijk van de soort bloeien van augustus tot oktober.

5.9. Solidago en solidaster

Dit is een zeer woekerende plant. Hierin heeft men hoge en lage soorten. Deze planten zijn haast niet weg te denken in een bloemstuk. Het is immers onmogelijk om een boeket samen te stellen uit alleen maar enkel stelige bloemen zoals rozen of anjers. Een goed gevuld bloemstuk moet ondersteund worden door vertaktbloemige snijbloemen. Daarvoor combineren wij anjers met troschrysanten, solidago, gypsophilla. Deze bloemen zorgen ervoor dat de ander solitaire bloemen op hun plaats blijven in het boeket.

De solidaster is een kruisingsproduct tussen een solidago en een aster.

5.10. Hypericum of hertshooi

Deze planten zij uiterst geliefd bij het bloemenschikken omwille van hun bessen. Hierin zijn er heel veel variëteiten met ronde bessen of bessen die uitlopen op een punt. Het zijn vaste planten met een ietwat houtige structuur.

5.11. Veronica- of ereprijssoorten

Dit is een bekende plant voor de border en voor de rotstuin. Het is een struikachtige plant met een wintergroen blad. Ze houdt van een vruchtbare, goed gedraineerde grond. Vermeerderen gebeurt meestal door deling.

5.12. Doronicum of voorjaarszonnebloem

Deze bloemen gaan vaak verkeerdelijk als gele margrieten door het leven. De afgesneden bloemen gaan snel krullen. Daarom laten we ze na het snijden eerst 24 uur lang vocht opzuigen alvorens wij ze in een bloemstuk gaan verwerken.

De hoge bloemen vragen vaak een steun tegen het omwaaien. Ze vragen een voedzame grond en de vermeerdering gebeurt door scheuren na de bloei.

5.13. Digitalis of vingerhoedskruid

Dit tweejarig kruid kan heel wat schaduw verdragen. Het groeit in elke normale tuingrond. Het is van nature een bosplant en houdt van een kalkrijke grond. Het vingerhoedskruid zaait zich verschrikkelijk gemakkelijk uit en om overbevolking in de tuin te voorkomen is het best om de bloemen voordat ze in zaad gaan weg te nemen.

5.14. Pioenen

De pioenroos is de laatste tijd weer in. Ieder rechtgeaarde tuinder heeft deze vooroorlogse bloem weer ontdekt en de plantenverkopers doen hun uiterste best om ons deze oude "tuchel" als nieuwigheid te verkopen. Natuurlijk kon de bloemschikkerij deze modegril niet aan haar laten voorbij gaan en hier en daar duiken deze imposante bloemen in de bloemstukken op.

Een nadeel van deze bloemen is hun geringe bloeiduur en het bruin worden van blad en bloem. Ze stellen veel eisen aan de standplaats, grond en bemesting. Vooral natte voeten heeft deze plant niet graag. Om de groeiwijze het best in de hand te houden kan men deze planten in een pot kweken. Dit is echter werk voor gevorderden.

5.15. Alchemilla of vrouwenmantel

Dit is een zeer gemakkelijk telende en zelfs woekerende plant. Zowel de bladeren als de bloemen komen voor het bloemschikken in aanmerking. De plant bloeit 6 weken aan een stuk met vertakte bloeistengels. De aparte geel-groene kleur laat zich uitstekend combineren met andere bloemen. We planten het best de variëteit A. mollis want de rotsplant is voor het bloemschikken niet dienstig.

De bladeren van deze plant gebruikt men best als ze wat doorgroeid zijn. Indien men ze te vroeg afsnijdt gaan ze snel verwelken. Indien men de bloemen na de bloei uitsnijdt, krijgt men in de herfst een geringe herbloei.

Men kan de alchemilla na de bloei volledig wegsnoeien. Hierdoor krijgt men in de herfst een massa aan jong groen dat bij de eerste vorst volledig bevriest hetgeen de planten geen goed doet en erg uitgedund de winter uit laat komen.

5.16. Tritoma of vuurpijl

Deze plant stond voor kort in alle boeken als kniphofia geboektstaafd. Ze is een beetje vorstgevoelig en bestaat in een aantal variëteiten. Door haar aparte bloeiwijze is ze erg geschikt voor de bloemschikkunst. We laten de bladeren zo lang mogelijk aan de plant zitten als bescherming tegen de vorst.

5.17. Helleboris of kerstroos

We hebben hierin de vroegbloeiende niger soorten en de later bloeiende foetus soorten. De niger geeft na de winter groene bloemen. De bloemen houden het niet lang uit in de bloemstukken. Ook kan men niestneigingen krijgen van deze planten, wat deze plant de Nederlandse benaming nieskruid heeft gegeven.

6. Opgelet

Enkele planten zoals de Hemerocallis of daglelie geven bloemen die niet geschikt zijn voor het bloemschikken omdat deze bloemen maar één dag blijven.

Het is belangrijk dat wij de snijbloemen goed prepareren alvorens wij ze in de bloemstukken gaan verwerken. Daarvoor gaan wij vershoudende producten in het water doen.

7. Meer voorbeelden

7.1. Eén- en tweejarigen

Natuurlijk zijn er éénjarigen en tweejarigen die bij het bloemschikken in aanmerking komen. Ik som hiervan een aantal op: Ageratum houstonianum of fluweelbloem, Antirrhinum majus of leuwenbek, Calendula vulgaris of stuikheide, Campanula medium of klokjesbloem, Centaurea cyanus of korenbloem, Cosmos bipinnatus of cosmea, Dahlia cultivars, Delphinium grandiflora of ridderspoor, Dianthus caryophyllus of anjelier, Gypsophila of gipskruid, Hilianthus annuus of zonnebloem, Matthiola incana of violier, Nigella of damascena of juffertje-in-‘t-groen, Penstemon of slangenkop, Reseda ordorata of wouw en de Scabiosa of duifkruid.

7.2. Vaste planten

Vaste planten die voor het bloemschikken in aanmerking komen en ook in de tuin een beeldig plaatsje vinden zijn de volgende: Achillea, Aconitum of monnikkap, Agapantus of Afrikaanse lelie, Asparagus densiflorus of sierasperge, Astilbe, Echinops of kogeldistel, Erigeron of fijnstraal, Eryngium alpinum of kruisdistel, Limonium of zeelavendel, Papaver nudicaule of IJslandse papaver en de Viola cornuta-groep of viooltje.

7.3. Bol- en knolgewassen

Ook zijn er een aantal bolletjes en knolletjes die wij in de tuin kunnen zetten en waarvan de bloemen in een bloemstuk niet onaardig staan. Het zijn: Alium aflatunense en A. schoenoprsum respectievelijk sierui en look, Anamone coronaria of anamone de Caen, Dhalia, Iris foetidissima en I. sibirica respectievelijk de stinkende lis en iris, Lilium tigrinum, L. longiflorum, L. speciosum en L. regale respectievelijk de lelies en koningslelie, Muscari armeniacum of blauwe druifje, Narcssus pseudonarussus en N. cultivars of narcis, Ornithogalum arabicum of zuidenwindlelie, Ranuculus asiaticus of ranonkel - boterbloem - speenkruid, Tulipa-cultivars of tulpen.

Copyright © 2004-2009 Quintux