Overige artikels:

De verzorging van cactussen en vetplanten

1. Start van een verzameling

Voor iedereen zal er een andere reden zijn om met het verzamelen van succulenten te beginnen. Maar voor het grootste deel van ons begint het meestal met het krijgen van een stek bij een vriend of kennis. In het begin verzamel je alles wat op een cactus lijkt maar later stel je vast dat je moet gaan selecteren, en ga je meer gericht verzamelen, per geslacht, per groeiplaats of per land enz..

2. Wat zijn succulenten?

Succulenten zijn die planten die op de een of andere wijze het vermogen hebben om water (vocht) in speciale weefsels op te slaan. Stamsucculenten doen dat in een verdikte stengel of stam ( de meeste cactussen en Euphorbia's), bladsucculenten doen dat in verdikte bladeren (Crasulla, Echeveria,Agave) en wortelsucculenten doen dat uiteraard in hun ondergrondse delen (Pterocactus tuberosus).

Alle cactussen vormen de catusfamilie (Cactaceae). De niet cactussen noemen we meestal vetplanten, hoewel we eigenlijk sapplanten zouden moeten zeggen, deze komen in diverse families voor zoals de middagbloemfamilie, de dikbladfamilie (Crasullaceae), de zijdeplantfamilie en de wolfsmelkfamilie (Euphorbiaceae).

3. Waar komen de succulenten vandaan?

Over de hele wereld zijn ze te vinden. Velen denken dat ze allemaal uit dorre woestijngebieden komen, doch soms staan ze op plaatsen waar per jaar meer neerslag valt dan in België. Wel valt deze neerslag dan in een relatief korte periode, waarin deze planten voldoende water opnemen om de volgende droogteperiode te overwinnen.

Alle cactussen komen uit Amerika. Ze komen er voor van Canada tot Argentinië en Chili, van het hooggebergte tot op zeeniveau. Duidelijk mag zijn dat binnen een dergelijk verspreidingsgebied er enorme verschillen in klimatologische omstandigheden en bodemgesteldheid zijn. De cactussen die men in andere gebieden ( Middellandse zee) vindt, zijn allemaal ingevoerd.

Ook veel vetplanten komen uit de nieuwe wereld, Agave, Echeveria, Dudleya en Lewisia om er een paar te noemen. Afrika levert ons de middagbloemen, vele aasbloemen, Aloë-achtigen en wolfsmelkachtigen. Azië en Australië leveren slechts enkele soorten.

4. Standplaats

Hierna een opsomming van mogelijke standplaatsen.

4.1. In huis

Een zonnige vensterbank of erker bieden een goede standplaats voor cactussen en vetplanten. Vermits veel licht nodig is, is een ligging op het zuiden, zuidoosten of zuidwesten de ideale oplossing. Hoe je ze op je vensterbank zet moet je zelf maar uitmaken, het kan in aparte potten, in een bak, op rekjes enz. Om goed te bloeien moeten de meeste cactussen in de winter een koele rustperiode doormaken. In onze verwarmde huiskamers is het te warm in de winter. Breng uw planten dan over naar een koele berging, een niet gebruikte slaapkamer of zelfs de kelder. Sommigen zeggen dat je dan wel een TL-verlichting moet aanbrengen, maar ik heb jaren mijn hele verzameling uit de serre naar de kelder gebracht, en dit zonder verlichting en zonder ze water te geven, ze groeien toch niet in de winteer. De meeste planten hebben dit zonder problemen overleefd. Ik had slechts een uitval van 3%, en dit waren dan meestal planten die niet gezond waren voor ze de kelder ingingen. Dit kan je wel niet doen met vetplanten, want deze gaan dan fileren( lang en bleek worden zoals een witloof), en dat is niet echt de bedoeling.

4.2. Tuin en balkon

Een klein deel van de succulenten is winterhard en kunnen dus in de tuin gebruikt worden. Veel liefhebbers zetten hun cactussen en grotere vetplanten tijdens de zomer in de tuin tussen de borderplanten of op het balkon. Indien je ze permanent in de tuin wilt houden kan je een rotstuin maken met hoogteverschillen en dit in een zonnig deel van de tuin, liefst niet onder bomen. De grond moet een goede afwatering mogelijk maken, meng daartoe uw tuingrond met kiezel, grind, lavagruis of grof zand, dit al naargelang van uw grondsoort. De winterharde vetplanten, zoals sempervivums en sedums, en ook de winterharde cactussen, zoals sommige opuntia's blijven zomer en winter ter plaatse. De niet winterharde soorten moeten naar binnen, hoewel agaven en yucca's wel tegen een stootje kunnen, (een kort lijstje van winterharde succulenten geef ik later op.

4.3. Serre

Maar als echte liefhebber, die de plaats ervoor heeft, is een serre natuurlijk de plaats om zijn of haar verzameling onder te brengen. Waaruit serres gemaakt zijn hoef ik hier niet verder te verduidelijken. Je kunt een serre met zadeldak plaatsen of ook een aanleunkasje kan een ideaal onderkomen bieden. Let er bij een aanleunkas wel op dat de temperatuur niet te hoog wordt vermits de warmte nog eens extra weerkaatst wordt door de muur. Een groot voordeel van een aanleunkas is dat de eventuele stookkosten lager liggen dan bij een vrijstaande serre met zadeldak. Bij deze laatste uitvoering heb je natuurlijk wel meer ruimte ter beschikking.

De inrichting van de serre is een persoonlijke keuze. Ik heb een deel van mijn verzameling in een grondtablet staan dat gevuld is met argexkorrels waarin de planten in hun pot ingewerkt zijn. Dit geeft als voordeel dat je de planten op een individuele manier kunt verzorgen en ook gemakkelijk kunt verplaatsen of vervangen door een andere plant.

Een ander deel staat op tabletten met een opstaande rand van ca 10 cm. De planten staan in vierkante potten om plaats te besparen. Onderin ligt een bevloeiingsdoek. Zie er wel op toe dat de tabletten sterk genoeg gemaakt worden, want natte grond weegt heel veel.

Als je de planten in de winter in de serre wilt overwinteren zult u voor een degelijke isolatie moeten zorgen, om zo de stookkosten te beperken. Ikzelf isoleer met noppenfolie langs de binnenzijde van de serre. In de zomer verwijder ik enkel de folie van het dak, de folie van de opstaande wanden blijft winter en zomer ter plaatse. Ik moet wel zeggen dat de ideale isolatie langs de buitenzijde gebeurt, maar dan zit je meestal met het probleem van vastmaken aan het aluminium. (bij een houten serre heb je dit probleem dan weer niet). Doch 3M heeft tapes die deze job aankunnen.

Verwarmen kun je op diverse manieren. Ik heb voor aardgas gekozen met een gewone radiator met thermostaat. Maar het kan natuurlijk op elke andere gekende wijze.

In het voorjaar als de planten terug beginnen te groeien moet men schermen tegen direct zonlicht. De planten kunnen dan namelijk snel verbranden. Ook in de zomermaanden blijft dit noodzakelijk. Witkalk is het eenvoudigst. Bij Gonthier vindt je een semi-vloeibaar product dat gemakkelijk verdund wordt met water en dan met de plantenspuit kan aangebracht worden. Als het regent wordt het wit half transparant en laat dus meer licht door dan gewone kalk.

Daarenboven moet er voldoende gelucht worden als de temperatuur te hoog oploopt. Succulenten verdragen gemakkelijk temperaturen tot 50 graden maar mits er voldoende verluchting en water voorzien wordt. Doch de ideale groeitemperatuur ligt lager.

5. Groei- en rusttijden

De meeste cactussen en veel vetplanten kennen hun groeiperiode in onze zomer. Dit houdt in dat tijdens de voorjaarsmaanden de groei stilaan op gang komt. De hoofdgroei is dan in de zomermaanden, soms met een korte rustperiode in het heetst van de zomer, en dan langzaam minder wordt en tenslotte stil staat in de late herfst en winter. Planten van het zuidelijk halfrond hebben hun groeiperiode in de winter, doch hebben de gave om zich aan onze omstandigheden aan te passen. De winterrust is voor de meeste planten essentieel. Ze hebben dan voldoende aan een temperatuur van 6 à 8 ° C. Vele soorten verdragen nog lagere temperaturen, mits ze voldoende droog staan, andere soorten zoals Melocactus en Uebelmannia moeten dan weer hogere temperaturen hebben ca 15 à 18° C.

De volgende combinaties van factoren horen altijd bij elkaar:

  • Winter: rust, geen water, weinig licht, lage temperatuur.
  • Zomer: activiteit (groei en bloei), meer water, veel licht, hogere temperaturen.

6. Gieten

Het geven van water is een van de moeilijkste dingen in de cactusliefhebberij. Hierna volgen een paar tips :

  • alleen gieten tijdens de groeiperiode
  • alleen gieten als het nodig is, dus als een plant droog staat
  • giet meer als de temperaturen stijgen en minder als ze dalen. Dus weinig gieten in het voor- en najaar en meer in de zomer.
  • het maakt niet veel uit of je water geeft langs boven of langs onder. Witbehaarde en witberijpte planten kunt u echter beter niet over de kop gieten
  • in de zomer kan men het best de hele verzameling flink nat gieten.
  • als je veel kalk hebt in het leidingwater zeker niet te veel over de kop gieten.Beter is te geiten met regenwater of putwater op temperatuur
  • in de rustperiode giet men niet of uiterst weinig (enkele soorten) zodoende staan de meeste planten (cactussen) van november tot ongeveer half maart droog.Notocactus en Parodia moet men niet te fel laten uitdrogen, ook Cleistocactus en Mammillaria plumosa hebben graag een beetje vocht in de winter.
  • vernevelen kan altijd wel ter voorbereiding van het echte gieten.

7. Bemesten

Hierover wil ik niet teveel uitweiden. De gemakkelijkste oplossing is de cactusmest die in de handel te verkrijgen is, die u geeft volgens de aangegeven dosis.

Men heeft ook goede resultaten met tomatenmest. Let er wel op dat de meststof stikstofarm moet zijn voor cactussen, ze hebben immers geen bladeren en kunnen dan ook niets doen met die stikstof. Voor vetplanten ligt dit enigszins anders.

Vetplanten verdragen een iets grotere dosis stikstof, zij hebben immers wel bladgroen te vormen.

In andere substraten moet men speciaal daarvoor ontwikkelde meststoffen gebruiken

8. Over verpotten

8.1. Waarom verpotten?

In de natuur kunnen de planten ongehinderd hun wortels ontwikkelen. Ze gaan in alle richtingen op zoek naar voedsel, zelfs als ze in spleten groeien hebben ze nog voldoende mogelijkheden om voedsel te vinden.

In een pot echter kunnen de wortels niet weg zodat ze de pot na een tijd volledig vullen of er zelfs uitgroeien. Bovendien zal de grond na enige tijd verzadigd raken door kalk of resten van meststoffen.

8.2. Waarin verpotten?

Vroeger gebruikte men rode stenen potten, maar nu gebruikt men steeds meer plastic potten.

Zelf gebruik ik vierkante, zwarte potten voor de verzameling, beter te plaatsen, en ronde zwarte potten voor de rest van de planten. Zwarte potten absorberen beter de temperatuur en dat is een voordeel in ons klimaat.

Gebruik zeker nooit te grote potten. Ten eerste is het esthetisch niet verantwoord : zoek het kleine plantje in de grote pot, maar bovendien is het voor de plant beter dat de pot de juiste maat heeft i.v.m. het opnemen van de warmte.

8.3. Hoe verpotten?

Het ligt niet voor de hand om een fel bedoornde plant te verpotten zonder zijn vingers te prikken.

Zelf draag ik nooit handschoenen. Wel gebruik ik een groot pincet of bij grotere planten enkel mijn blote handen. Voor de meer gevoelige mensen onder ons heb ik deze eenvoudige truck, je rolt een stuk krantenpapier op tot een worst die je rond de basis van de plant doet, de twee uiteinden van het papier hou je stevig vast met 1 hand en met de andere hand maak je de pot los, daarna zet je de plat in een nieuwe pot, en je prikt je niet. Voor grotere platen gaat dit echter niet meer. Je kunt ook twee stukken piepschuim nemen die je als een tang gebruikt.

8.4. Wanneer verpotten?

In principe kan dat het hele jaar door, zelfs in de winter, maar dan moet de grond droog zijn en dezelfde temperatuur hebben als de oude grond. De beste periode is echter van maart tot september. Verplant echter nooit planten die in bloei staan. Zelf verplant ik als ik er de tijd voor heb.

8.5. Hoe dikwijls verpotten?

Planten ouder dan 3 jaar moeten zeker niet elk jaar verpot worden. Zaailingen moeten echter op een andere manier behandeld worden.

Een plant die in een goede pot staat en regelmatig op de juiste wijze water en voedsel krijgt, moet om de drie jaar verpot worden. Zodoende worden de wortels niet elk jaar verstoord, maar blijft het potmedium waar de plant in groeit toch optimaal.

Zelf verpot ik wanneer de planten uit hun pot groeien of de wortels te fel uit de pot komen. Ik let daarbij niet op de duur dat ze in de pot staan, ik heb geen tijd om daarover een boekhouding bij te houden.

8.6. Zaailingen verpotten

Zaailingen moeten na een paar maanden verspeend worden ( als ze ongeveer een halve centimeter groot zijn. Men zet ze dan in een schaaltje op een afstand van ongeveer een halve centimeter

Voor we ze in een 5.5 potje zetten kunnen ze nogmaals verspeend worden in een schaaltje of in een kleiner potje. Dan zijn ze al flink gegroeid en na een paar jaar staan ze zelfstandig in hun eigen potje.

9. Het substraat

Substraat is datgene waarin onze planten groeien. Voor de meesten onder ons zal dit de potgrond zijn. Maar men kan ook werken met zogenaamde inerte substraten.

Succulenten stellen de volgende eisen aan hun sybstraat.

  • het moet overtollig vocht snel afvoeren
  • het moet voldoende water en voedingsstoffen kunnen vasthouden
  • het moet voldoende lucht (zuurstof)kunnen bevatten
  • het moet de juiste pH bezitten (pH5-7)
  • het moet gemakkelijk beschikbaar zijn
  • het mag niet te duur zijn voor de liefhebber

9.1. Potgrond

In de gebruikte potgrond zijn grote onderlinge verschillen vast te stellen. Sommigen kweken in bloemistengrond, al of niet aangevuld met zand of kiezel, anderen gebruiken klei- of leemachtige mengsels( zou ik toch afraden).

In de boekjes vindt je de meest ingenieuze samenstellingen van cactusgrond. En bij de samenstellers zullen de planten het er waarschijnlijk niet slecht in doen. Ik weet enkel dat je zelf het juiste mengsel moet vinden, al zijn het assen van de kolenkachel.

Goede resultaten met het merendeel van de cactussen en vetplanten bereikt men met een mengsel van 1/4 grof zand, 1/4 gebroken kleikorrels en 1/2 potgrond, zelf doe ik er nog wat compost en/of leem uit de tuin bij. Als je de porgrond voor geraniums van de Volkstuinen koopt en deze vermengt met zand en argexkorrels of iets dergelijks heb je een goed mengsel gebrouwen. Hij voldoet aan de hoger beschreven kriteria.

9.2. Inerte substraten

Onder inert substraat verstaan we een substraat dat inactief is, hetgeen betekent dat het zelf niet deelneemt aan chemische reacties.

Als inert substraat kan lavagruis, grof zand, fijn grind, gebroken kleikorrels, argexkorrels, steenwol, seramis of styroporvlokjes gebruikt worden. Zelf heb ik jaren, en nog, argexkorrels van bij de bouwhandel, gebruikt. Deze moet wel om de drie jaar verwisseld worden, het verzout nogal vlug.

Bij inerte substraten moeten alle voedingsstoffen met het gietwater meegegeven worden in de juiste dosering.

Men geeft de planten pas water als het substraat volledig droog staat.

Om planten op een inert substraat over te zetten, moet de plant van alle grond ontdaan worden. De wortels worden goed gewassen en dan tot op ca 2 cm. Afgeknipt, vervolgens laat men ze goed drogen. Daarna worden ze gewoon opgepot in het mengsel en zullen ze snel waterwortels vormen.

Het kweken op inerte substraten geeft een simpelere verzorging en is minder tijdrovend. Bij de meeste substraten hoeft men ook niet zo vaak te verpotten

10. Hoe cactussen en vetplanten vermeerderen?

10.1. Zaaien

Een eerste manier van vermeerderen is het zaaien. Volgens de boekjes moet uw zaaigrond vrij zijn van alle onkruidzaden, schimmelsporen en ongedierte, alsof dat in de natuur ook zo is.

Zelf gebruik ik enkel een schimmeldodend product dat ik door de zaaigrond meng.

Als substraat kun je met zand vermengde potgrond, zaai - en stekgrond, lavagruis, steenwol of geperste schijfjes turf gebruiken. Deze laatste ( jiffyblokjes) hebben het voordeel dat ze steriel zijn.

Men vult kleine ronde of vierkante potjes, of gebruikte koffiefilters zoals ik doe, en laat de koffie er gerust in, met het gekozen substraat en strijk de toplaag glad. Indien je pot te groot is verdeel je hem gewoon met labels en zo kun je verschillende soorten in een potje zaaien.

Je strooit de zaden uit over het oppervlak maar drukt ze niet in de grond. Je kunt hoogstens een dun laagje zeer fijn grind strooien of zand. Het spreekt voor zich dat je een label plaatst met de soortnaam van het gezaaide. Je plaatst de potjes nu in een bak met water en laat ze volzuigen. Je kan ook van bovenaf nevelen. Let er wel op dat de bovenlaag niet te nat wordt.

Als al je potjes klaar zijn, zet je ze in een grotere bak van piepschuim en dekt ze af met een glasplaat. Of je zet elk potje apart in een plastic zak die je afsluit.

De zaailingen komen dan op in een gespannen lucht. Als je vroeg wil zaaien moet je voor bodemwarmte zorgen of binnenshuis zaaien.

‘s Nachts mag de temperatuur best wat zakken, meestal geeft men te hoge temperaturen aan, 20-24 ° C overdag en 16-18° C ‘s nachts zal voor de meeste soorten volstaan. Na vijf dagen tot enkele weken komen de zaailingen op.

Zaad kan je natuurlijk in de handel kopen, maar dat zijn dan meestal mengelingen, zodat je niet echt weet wat je zaait. Beter is via een vereniging of een andere liefhebber zaad te bekomen. Of natuurlijk als je zelf reeds een verzameling hebt, dat van je eigen planten gebruiken. Let wel op dat er geen kruisbestuivingen kunnen gebeuren of anders heb je niet de zuivere soorten die terugkomen bij het zaaien.

10.2. Verspenen

Na enige weken of maanden, al naar gelang de groei van de zaailingen, kunt u de jonge plantjes verspenen. Dit wil zeggen, dat u ze uiterst voorzichtig met een pincet uit het zaaibakje of potje losmaakt en ze verspeent in een andere pot of bakje met verse grond, dit mag dezelfde grond zijn als in het zaaibakje.

Na het verspenen even nevelen en terug afdekken met een glasplaat tot de groei weer begint. In de zomer zal men nog een paar keren moeten verspenen, waarna de plantjes dan afzonderlijk opgepot kunnen worden. De enige zaken waar je moet op letten, zijn de luchtvochtigheid in de zaaiomgeving en de vorming van schimmels op het grondoppervlak.

10.3. Wanneer zaaien?

Eigenlijk kan men een groot deel van het jaar zaaien. Toch is het vroege voorjaar de beste periode. Op deze manier hebben de plantjes een hele zomer om te groeien voor de nieuwe lichtarme periode aankomt. Sommige zaden kiemen echter beter als ze een rustperiode hebben doorgemaakt. Deze moet men dus een tijdje bewaren alvorens te zaaien. Andere soorten echter verliezen vrij snel hun kiemkracht en moeten onmiddellijk gezaaid worden.

10.4. Stekken

Het stekken van cactussen en vetplanten is over het algemeen zeer eenvoudig. Stekken doet men het best bij warm en droog weer. Bij cactussen en vetplanten die zijscheuten vormen kan men zo een scheut afsnijden met een scherp mes, dikwijls hebben ze reeds wortels, en worden dan in een stekgrond geplant. Zeker niet in water want dan rotten ze gegarandeerd weg.

Wanneer je een wonde gemaakt hebt moet je deze eerst laten drogen tot er zich een wondweefsel gevormd heeft. Als de stek voldoende droog is, kan men hem dan oppotten.

Zeker niet aangieten als een stek pas opgepot is.

Als de plant er gespannen uitziet en er nieuwe groei optreedt is de stek beworteld en kunt u hem opnieuw begieten en kan hij ook wat voeding verdragen. Vetplanten kunnen zelfs verder groeien uit een blad dat je gewoon op de grond legt. En in mijn serre groeien ze zelfs in het vuil tussen de roosters op de bodem van de gang. U ziet, alles moet dus blijkbaar niet zo steriel zijn. Als de planten maar sterk en gezond genoeg zijn.

Om snel meer planten te krijgen kunt u de kop van een grotere plant afsnijden en deze laten bewortelen. Op het overgebleven stuk zullen dan scheuten gevormd worden die je later ook kunt stekken.

10.5. Enten

Hoewel het stekken van succulenten over het algemeen vrij eenvoudig is, zijn er natuurlijk uitzonderingen. Er zijn soorten die niet of zeer moeilijk te stekken zijn. Deze soorten helpen we aan wortels door ze te enten, dit gebeurt ook bij voorkeur bij warm en droog weer. Ik ga hier niet over uitweiden, maar het principe is dat men een traag groeiende plant ent op een afgesneden stomp van een snelgroeiende soort. De onderstam gaat dan dienst doen als voedster voor de entling. Men gaat als volgt te werk. De onderstam wordt tot op 8 cm boven de grond afgesneden met een scherp mes en met een zuivere snede, dus zeker niet zagen. Vervolgens snijdt men nog een dun plakje af en laat dit op de onderstam liggen. Indien de onderstam een zuilcactus is dan zal men de ribben conisch afsnijden om het inzakken van het entvlak te voorkomen. Ook de entling wordt vlak afgesneden boven de wortelhals. De entling wordt op de afgesneden stomp van de onderstam geschoven door het kleine plakje weg te duwen, zodanig dat de entling de vaatbundelring raakt. Om beide delen samen te houden kan men gebruik maken van elastiekjes, nylonkous of tape. Na deze operatie moet de enting op een droge en luchtige plaats blijven staan en mag het bevestigingsmateriaal niet verwijderd worden zolang er geen groei in de entling vastgesteld wordt.

Als onderstam kunt u een aantal snelgroeiende cactussen gebruiken zoals, Trichocereus spachianus,T. pachanoi, T.schickendanzii, T. macrogonus, Eriocereus jusbertii, echinopsissoorten en zelfs opuntiaschijven.

11. Ziekten en plagen

Bij cactussen en vetplanten komen niet zo veel ziekten en plagen voor. Belangrijk is wel dat je planten goed groeien. Verwaarloosde, zwakke planten zullen veel sneller ziekten oprapen.

Enkele tips om narigheid te voorkomen.

  • controleer altijd nieuw aangekochte of gekregen planten op de aanwezigheid van ongedierte, dit zowel boven als ondergronds. Ook als je planten bij een kweker of op een tentoonstelling wil aanschaffen moet je goed kijken, planten die er verschrompeld uitzien in het groeiseizoen laat je best staan. Als je aan de onderkant van de pot witte aanslag ziet dan is dat een teken van wortelluis.
  • bekijk uw planten regelmatig, ook de kant die je normaal niet ziet
  • als u ongedierte ziet moet u onmiddellijk ingrijpen, vanzelf gaan de beestjes niet weg, ze kunnen geen wegwijzers lezen.
  • houdt de plaats waar uw planten staan zo netjes en schoon mogelijk.

Kleine aantastingen van groene of zwarte luis (nogal zeldzaam) of van wolluis kunt u gemakkelijk zelf behandelen met niet giftige producten. Wolluis die je aanstipt met een zeep- spiritusmengsel gaan onmiddellijk voor de bijl. Als de aantasting te ver gevorderd is kunnen enkel nog bestrijdingsmiddelen een oplossing bieden. Let er hier wel op dat je alles volgens de voorschriften van de leverancier doet. Voor het overige zijn de wijzen van bestrijding van de diverse ziekten gelijk aan die van andere kamerplanten.

Cactussen hebben vooral last van wolluis, spint, wortelluis en trips. Daarvoor zijn genoeg bestrijdingsmethoden gekend die ik hier niet nog eens ga uitleggen.

12. Welke planten kiezen?

Dit hangt natuurlijk volledig van uw eigen smaak af en uw huisvestingsmogelijkheden, uw vrije tijd en uw financiën. De volgende lijsten geven u een idee van wat er zoal mogelijk is.

Er is ook een gedeeltelijke lijst van winterharde succulenten bijgevoegd. De echt moeilijke soorten zijn hier niet opgenomen.

12.1. Gemakkelijke planten voor beginners

12.1.1. Cactussoorten:

  • Vele cereus-soorten
  • vele ferocactus soorten
  • Rebutia-soorten
  • Aylostera-soorten
  • Notocactus-soorten
  • Parodia-soorten
  • Gymnocalycium-soorten
  • Mammillaria -soorten
  • Echinopsis-soorten
  • Echinocactus grusonii
  • Astrophytum miriostigma
  • Lobivia-soorten
  • Echinocereus (groene soorten)
  • Aporocactus-soorten
  • Opuntia-soorten

12.1.2. Andere vetplanten:

  • Aloe (vele soorten)
  • Haworthia (de meeste)
  • Gasteria (de meeste)
  • Agave-soorten
  • Aeonium (de meeste)
  • Echeveria
  • Crasulla (sytruikvormige)
  • Sedum (de meeste)
  • Lithops-soorten

12.1.3. Gemakkelijk bloeiende bolcactussen:

  • Rebutia-soorten
  • Aylostera-soorten
  • Notocactus-soorten
  • Sulcorebutia-soorten
  • Gymnocalycium-soorten
  • Echinopsis-soorten
  • Mammillaria-soorten
  • Parodia-soorten
  • Weingartia (de meeste)
  • Mediolobivia-soorten
  • Lobivia-soorten

12.1.4. Planten die een hogere temperatuur vragen:

  • Melocactus-soorten
  • Discocatus-soorten
  • Pilocereus (de meeste)
  • Micranthocereus (vele soorten)
  • Buiningia (alle soorten)
  • Euphorbia (vele)

12.1.5. Winterharde soorten:

Deze lijst is gebaseerd op ervaringen van een Deens verzamelaar. Zijn webadres is www.bennyskaktus.dk. Deze planten kunnen de aangegeven nachttemperaturen verdragen mits ze zeer droog en in goed doorlatende grond staan en overdag rond de 0°c hebben

Tot -12°C:

  • Agave lechuguilla
  • Agave parryi
  • Agave utahensis
  • Austrocactus gracilis
  • Cilindropuntia davisii
  • Cilindropuntia kleiniae
  • Cilindropuntia whipplei
  • Mammillaria heyderi
  • Mammillaria meiacantha

Tot -20°C:

  • Delosperma cooperi
  • Echinocereus coccineus
  • Echionocereus ledingii
  • Echinocereus davisii
  • Echinocereus fendleri
  • Echinocereus rosei
  • Echinocereus roemeri
  • Echinocereus viridiflorus
  • Escobaria sneedii
  • Escobaria vivipara
  • Grusonia clavata
  • Grusonia pulchella
  • Lewisia cotyledon
  • Lewisia nevadensis
  • Navayoa maia
  • Navajoa peeblesianus
  • Opuntia arenaria
  • Opuntia 'Apache'
  • Opuntia 'Budapest'
  • Opuntia aurea Opuntia basilaris
  • Opuntia cymochila
  • Opuntia decumbens
  • Opuntia drumondii
  • Opuntia fragilis
  • Opuntia gilvenscens
  • Opuntia loomisii
  • Pediocactus bradyi
  • Pediocactus sileri
  • Pediocactus paradnei
  • Sedum soorten
  • Sempervivum soorten
  • Tephrocactus articulatus

De volledige lijst kunt u bij ons opvragen, samen met nog een aantal andere.

U kan ook nog terecht op de volgende sites :

Copyright © 2004-2009 Quintux