Overige artikels:

Vaste elementen in de tuin

1. Inleiding

Vaste elementen in de tuin zijn die onderdelen die door hun plaatsbestemming, door hun gewicht of door hun structuur moeilijk of niet te verwijderen zijn en meestal bij de aanleg van de tuin een definitieve plaats krijgen. Vaste planten horen hier uiteraard ook bij maar die beschouwen wij als een natuurlijk onderdeel van de tuin en vallen dus buiten de lijst die bestaat uit omheiningen en hekwerk, paden en terrassen, bomen, houtstructuren, waterpartijen, verlichting en ornamenten.

Als wij wat dieper op deze definitie ingaan bemerken wij snel de duistere dualiteit die er in elke rechtgeaarde tuinder schuilt. Aan de ene kant draagt hij de ongerepte natuur, het vrije, weelderig plantenleven in al zijn aspecten nauw aan het hart, aan de andere zijde is hij behept met de onstuitbare drang om zijn tuin vol te stouwen met allerhande vaak onnatuurlijk ogende toestanden. Onder het motto: “Al is het tuintje nog zo klein, het moet vol van vaste elementen zijn” gaat men de planten met een nietsontziende snoeischaar te lijf of sleurt men de meest bizarre voorwerpen van heinde en verre aan om de planten te accentueren, te decoreren, te flankeren, te maskeren of simpelweg, in te parkeren.

Tot voor een paar jaar bestonden de vaste elementen in de tuin uit een gammel, met afbraakmaterialen, in de haast in elkaar geflanste, kiekenkoten die de achterzijde van de moestuin flankeerden. Handige Harry’s haalde zich de jaloezie van de buren op de hals door een beeldige bloembak uit een oude afgelopen autoband te snijden. De kroon op het werk was de antieke houten kruiwagen van bompa zaliger die langzaam als bloembak in het voortuintje mocht wegrotten en degene die zich een gemetselde waterput voor, langs of achter zijn woonst kon permitteren, voelde zich de koning te rijk.

Vandaag zet men de tuin vol met kunstzinnige beelden, artistiek geknipte struiken en bomen, schilderachtige terrassen en paden, statige omheiningen en hekken, idyllische waterpartijen en verblindende verlichting als wil men de koninklijke tuinen van Versailles naar de kroon steken .

Het fenomeen dateert immers van uit de oudheid. In keizerlijke tijden vulden de Romeinen hun tuinen met fraaie sculpturen van schaars geklede nimfen die al dan niet achterna gezeten werden door vervaarlijke saters wiens expressieve gelaatsuitdrukkingen geen twijfel lieten omtrent hun snode plannen. Deze beelden waren nog onschuldig in vergelijking met een of andere mallotige keizer die een tuinverlichting had van gekruisigde, in het pek gedrenkte en daarna in de fik gestoken Christenen.

Het is te hopen dat er niemand van onze leden rondloopt met het plan om een dergelijk wansmakelijk klank- en lichtspel in zijn tuin te installeren. Laat ons dan maar ongestoord onze tuinen decoreren met de talloze afgietsels van klassieke kunstwerken die in alle mogelijke maten, gewichten, materialen en afwerkingniveaus in de handel te krijgen zijn.

Om wat meer aan de weet te komen van welke vaste elementen wij in onze tuin op een smaakvolle en ordentelijke wijze kunnen kwijtraken, deden de Volkstuinen van Sint-Truiden, tijdens hun laatste vergadering, beroep op de deskundigheid van tuinarchitect dhr Knapen van Garden design Knapen bvba in Zepperen waarvan hier een verslag.

De laatste twee jaar is er in Frankrijk en Duitsland de tendens ontstaan om meer en meer gebruik te maken van vaste elementen in de tuin. In die mate zelfs dat elementen zoals paden, beelden en andere versierselen de plantengroei gaan overheersen. Deze trend gaat echter de verkeerde kant uit daar een tuin een oase dient te zijn die bestaat uit diverse vaste planten. De vaste elementen worden louter functioneel gebruikt.

In dit overzicht wordt geen onderscheid gemaakt tussen grote en kleine tuinen omdat op enkele uitzonderingen na, alle elementen in zowel grote als kleine tuinen aan bod kunnen komen. Het is best mogelijk om van een kleine stadstuin van enkel vierkante meter een juweeltje vol vaste elementen te maken.

2. Omheiningen

Een omheining is een middel om ons te beschermen. Op de eerste plaats houdt ze de nieuwsgierige blikken van de omwonenden of voorbijkomende mensen buiten. Ze zorgt er eveneens voor dat ongewenste personen ons perceel ongestoord kunnen betreden en tot slot vormt een omheining een ideale bescherming tegen de wind.

In onze zware Haspengouwse grond hebben de meeste haagplanten het moeilijk om aan te slaan. Bij het planten van een haag gaan wij dan de bestaande grond steeds vermengen met compost, zand of turf.

Wij laten een haag nooit hoger worden dan 2 m. Indien de haag hoger is, wordt het moeilijk om ze te scheren en kunnen de buren reclameren. In Nederland is de vakman reeds verplicht om een haag van meer dan 2 m hoog met twee personen in veiligheidskleding, een motorsnoeischaar en een speciale ladders te lijf te gaan. Deze regels zullen bij ons ook wel wet worden zodat een hoge haag laten onderhouden een zeer dure aangelegenheid gaat worden.

2.1. Hagen

Om een serieuze haag aan te planten komen diverse bomen en struiken in aanmerking.

  • De Fagus sylvaticus of beuk is de eerste van ons lijstje. Deze boom is in diverse kleuren te verkrijgen. Door de kleurwisselingen van de bladeren in de herfst is deze haag bijzonder mooi. De plant behoudt tot diep in het voorjaar haar blad.

    Er is echter één groot nadeel aan een dergelijke haag. De beuk wordt meedogenloos belaagd door de wollige bloedluis en de gewone bladluis. Deze twee maken op een mum van tijd de bladeren zwart en kleverig. De bladluis laat zich redelijk gemakkelijk bestrijden maar voor de wollige bloesluis zijn soms zeer straffe middelen nodig.

  • De Carpinus betulis is beter gekend als de haagbeuk. Deze boom trekt van ver op de beuk maar is hieraan in het geheel niet verwant. Hij heeft wel enkele niet te versmaden voordelen op de beuk. Hij vraagt minder onderhoud, is minder onderhevig aan bladluis en de wollige bloedluis laat hem volledig koud en hij slaat makkelijker aan. Het enige nadeel ligt in het feit dat de bladeren minder mooi zijn.
  • De Taxus baccata is de koningin van de haagplanten. Ze is volledig winterhard, volkomen wintergroen, totaal ondoorzichtig, gemakkelijk te knippen, en kan tegen haast alle stootjes. Een nadeel aan deze plant is het prijskaartje dat de laatste tijd aan de Taxus hangt. Een taxus doet het uitstekend voor afboorden van perken en past voor kleine stukken in de tuin.
  • De Ligustrum vormt een mooie maar een niet erg gevulde haag. Daarbij is ze vorstgevoelig bij strenge winters. Ze biedt dus niet veel privacy als men ze als scheidingshaag aanwendt. Het is een zeer snelle groeier en moet tweemaal per jaar gesnoeid worden. Om al deze redenen is de liguster uit de mode geraakt maar het blijft een mooie haag met een waaier van soorten in verschillende vormen en kleuren.
  • De Acer campestre of de Spaanse aak is een nieuwkomer bij de haagplanten. Hij vormt in de zomer een mooi gekeurd, dicht bladerdek maar staat er tijdens de winter volkomen naakt bij.

Minder geschikte haagplanten voor onze regio:

  • De Prunus laurocerasus of laurier groeit zeer snel en moet dus veel gesnoeid worden. Indien men de laurier vergeet te snoeien zal hij in een mum van tijd zo uitgroeien dat men hem met de kettingzaag aan banden moet leggen. Deze plant verdraagt een strakke snoei en is uitstekend geschikt om snel een gat in de tuin dicht te laten groeien.

    Het is wel een groenblijvende plant en er zijn verschillende soorten in de handel te krijgen. De laurieren zijn niet allemaal even wintervast. Ze kunnen bij een strenge winter afvriezen maar komen terug op hun wortels.

  • De Cupressocyparis en de Chamaecyparis lawsonia

    Deze beide coniferen zijn na 5 jaren niet meer te snoeien. Zij regenereren na een snoeibeurt niet, groeien vanbuiten niet aan en worden binnenin bruin. Zij passen trouwens niet in het Haspengouws landschap.

    Wie toch op zoek is naar een coniferenhaag plant het best Thuja soorten aan. De Thuja atrovirens kan het beste tegen de snoei en ze zijn wintergroen. Thuja’s snoeit men tweemaal per jaar.

  • De Crataegus of meidoorn is een uitstekend alternatief indien men over een tuin beschikt die rijkelijk aan een reeks weilanden grenst. Deze haag past perfect in het landschap, mag niet te hoog worden en het verhaaltje dat deze plant het perenvuur verspreidt is volkomen uit de lucht gegrepen en achterhaald. Vandaag krijgt men zelfs bij de aanplant van een degelijke meidoornhaag in een landbouwgebied subsidies van de provincie.

    Indien men deze haag niet te sterk insnoeit, trakteren de bloesems ons in de lente op een fijne geur.

  • De berberis atropurperea wordt soms als haagplant aangeplant. Dit is niet zo’n goede keus daar deze planten over stekels beschikken en nogal wild om zich heen groeien.

Tot slot vermelden wij dat men in Nederland reeds enkele jaren bezig is met een variant van de populier als haag aan te planten.

2.2. Bekaerthek met klimop

Een degelijke draadafsluiting met daaraan klimop kan, mits goed onderhouden, zowel in de zomer als in de winter voor een mooi groen tapijt zorgen rond de tuin. Bij de aanleg van een dergelijke afsluiting letten wij op de stevigheid van de afsluiting waaraan wij de klimop planten.

Wij zetten de palen om de 2 tot 2.5 m en verbinden deze met een bovenbuis. Wij zetten de palen in een flinke betonnen voet en besteden vooral aandacht aan de hoekconstructies die wij met een paar steunpilaren ondersteunen. Al deze rabiate ingrepen zorgen ervoor dat het klimopscherm, dat een enorme windvanger is, niet kan omwaaien.

Klimop vormt eveneens een veilige nestelplaats voor een aantal ongewenste dieren. Konijnen, muizen vinden zo’n haag een uitstekende uitvalsbasis voor hun strooptochten. Om te voorkomen dat deze diertjes ons belagen nemen wij een dubbelgevouwen strip kippengaas dat wij 20 cm boven de grond laten uitkomen en 15 cm diep onder de afsluiting ingraven.

2.3. Leibomen met eventuele onderbeplanting

Een leiboom is uitstekend geschikt om storende elementen zoals schuren of daken aan het oog te onttrekken. Hoge leibomen horen niet thuis in een achtertuin. Aan de voorkant van het huis kan men wel leibomen planten indien het huis ver genoeg van de straat verwijderd is. Te hoge planten voor het huis gaan dit geheel of gedeeltelijk verstoppen hetgeen niet altijd de bedoeling is.

Wij kiezen goede voorgevormde, niet te dunne trage groeiers. Echte tuinders vormen hun leibomen natuurlijk zelf. Zij kopen dan bomen van enkele jaren en geven deze dan de gepaste vorm. Een dergelijke boom te leiden duurt wel enkele jaren en dan is men verplicht om al die tijd op een paar bamboelatten te kijken. Vaak bezit de doe-het-zelver de kennis niet om de takken op de juiste afstand te laten groeien hetgeen de vorm van de boom niet ten goede komt.

De linde is de meest voorkomende leiboom maar er bestaan een groot aantal boomsoorten die als leiboom in aanmerking komen. Als wij iets anders in de tuin willen is het best om eens bij een gespecialiseerde boomkweker langs te lopen om terplekke naar de vorm, kleur en bloeiwijze van de betreffende boom te gaan kijken en zelf een exemplaar uit te kiezen. Wij vragen dan ook telkens om een echtheidsattest.

Lindes worden jaarlijks gesproeid tegen rupsen en druipen.

2.4. Houten en betonnen hekken

In de houten schermen is een grote variatie wat kleur, vorm, houtsoort, afmeting en tekening betreft. Voor een afsluiting gebruiken wij best een scherm uit tropisch hardhout dat vrijwel onverslijtbaar is. Het meest aangeboden hardhout voor dergelijke elementen is Bankirai. Dit hout bevat zoveel looizuur zodat er geen verf op blijft zitten. Bij de verwerking gebruiken wij inox schroeven en nagels omdat het looizuur gewone nagels laat wegroesten. Het hout wordt na verloop van tijd grijs zoals de taekmeubelen maar vraagt geen onderhoud. Alle andere houtsoorten moeten om de twee jaar behandeld worden.

Onder betonnen schermen verstaan wij de betonplaten die wat kleur en vorm lijken op de houten schermen. Deze platen zijn echter niet kleurvast en moeten na verloop van tijd geschilderd worden. Wij zorgen best bij de plaatsing van dergelijke elementen voor een goede fundering. Daartoe vragen wij de hulp van een vakman.

2.5. Muren in steen

Een muur in steen is een dure aangelegenheid die nog enkel weggelegd is voor gefortuneerde Nederlanders die de laatste tijd onze sterk vervallen kastelen bevolken en restaureren. Om een muur in de scheiding te bouwen komt er toelating van stedenbouw aan te pas.

In combinatie met een smeedijzeren hek aan de voorkant van een woning is een partij metselwerk erg mooi. Een muurtje in de tuin is zeer decoratief, is multifunctioneel en biedt plaats voor een nis waar men een pot kan inzetten, voor het plaatsen van een muurfontein, het scheiden van twee plantengroepen of de inbouw van kleurelementen in glas.

Het is belangrijk dat wij een goede (voorbehandelde) baksteen gebruiken die voor het vooropgestelde doel geschikt is.

2.6. Betonplaten

De bekende gewone, vlakke betonplaten worden haast niet geplaatst. De verkoop draait haast uitsluitend op de vervanging van stukgegane platen in oude afsluitingen.

Betonplaten die reeds enkele jaren staan, er totaal verkommerd uitzien maar nog in een goede staat verkeren, kunnen gerenoveerd worden door ze met een professionele hogedrukreiniger met vuilfrees te bewerken. Na de behandeling staan de platen er weer als nieuw bij.

3. Tuinpaden

3.1. Algemeen

De meest gestelde vraag in verband met tuinpaden is de breedte. Een pad rond het huis dat ons toelaat om de vensters op een degelijke wijze te zemen maken wij 60 tot 70 cm breed. Het pad dat doorheen onze tuin slingert en diverse tuinkamers of structuren verbindt, varieert van 90 tot 120 cm. Bij een pad van 120 cm breedte kan een rolstoelgebruiker met begeleider vlot zijn draai krijgen of kan men ongestoord naast zijn hond een wandeling maken. In de praktijk maakt men het pad meestal 1 m breed.

Een tuinpad waarop u regelmatig loopt, dient een vlakke structuur te hebben. Wij gebruiken dan klinkers, dolomiet of zeer vlakke kasseien.

Onder een tuinpad leggen wij een degelijke ondergrond van 15 cm dikke stabilise of puin naar gelang de aard van de bestrating. Dit is belangrijk voor de stabiliteit maar ook voor de waterafvoer. De laatste tijd worden de paden afgeboord met buxus of taxus. Deze planten houden echter niet van teveel water. Daarmee houden wij dan ook rekening met de aanleg van het pad. Wij leggen het dan best rond zodat het water over de beide zijden wordt verdeeld.

Leg eventueel leidingen voor verlichting of water naast het pad op voldoende diepte, zo weten wij steeds waar de leidingen zich bevinden. Een waterleiding leggen wij steeds 60 cm diep om bevriezing te voorkomen.

Voor het afboorden maken wij gebruik van betonplaten of Bankirai elementen van voldoende dikte. Bankirai elementen van 3 m zijn mooier en het gaat sneller, er is minder afval en is indien het goed is aangebracht even stevig. Bij het afboorden van kasseien kunnen wij de Bankirai niet gebruiken omdat deze planken maar 15 cm breed zijn en kasseien eisen een dieper bed. Voor kasseien gebruiken wij dan betonnen platen. Een boordje in aluminium is mooi, het gaat vlug maar is erg duur en is een werkje voor de vakman.

Voor bepaalde gedeeltes kan men gebruik maken van palissades. Rechthoeken boorden wij bij voorkeur af met graniet, in de andere gevallen gebruiken wij hout of beton.

Het legpatroon van een stenen pad komt het best overeen met het doel van het pad. Diverse legpatronen zijn mogelijk en geven soms een speciaal effect aan het geheel.

De kleur van de stenen in het pad moet uiteraard passen met het huis en de omgeving.

3.2. Materialen voor paden

Klinkers bestaan er in diverse kwaliteiten, formaten en materialen. Zo zijn er kleiklinkers, metten (speciale klinkers), natuursteenklinkers en betonklinkers in diverse kleuren en formaten.

Wij verkrijgen bij klinkerpaden een mooi effect als wij verschillende soorten klinkers door elkaar gebruiken. Het gebruik van verschillende kleuren en een afwisselend legpatroon kan van een lang, eentonig pad een ware sensatie maken.

Kasseien moeten vlak zijn en die vinden wij bij Zweedse en de gres.

Dolomiet is een uitgelezen materiaal om onze tuinpaden aan te leggen. Het is niet zo prijzig en het oogt mooi. Een nadeel is dat het snel groen wordt. Daarom moeten wij de bovenlaag regelmatig verversen. De ondergrond is in dit opzicht ook van belang. Eerst leggen wij een puinlaag en deze drillen wij flink aan. Daarop komt een worteldoek en dan storten wij de dolomiet. Wij leggen het pad licht tonvormig om de afwatering vlot naar twee zijden te laten verlopen. Wij gebruiken Bankirai bij het afboorden.

Wij leggen geen paden aan met ronde keitjes zoals maasgrind want dat loopt niet goed.

4. Terrassen

Het terras is het verlengde van de huiskamer. De grootte wordt hierdoor mede bepaald. Algemeen is een terras minimum 20 m² groot. Dit laat ons toe om tijdens de zomer er met 4 personen op te eten, te zonnen enz.. Naarmate de familie en vriendenkring groeit moet het terras in omvang toenemen want iedereen hoort er voldoende plaats te hebben.

Een terras leggen wij in duurzame materialen die een leven lang meegaan. Gewoonlijk kiest men voor vorstbestendige tegels uit beton of natuursteen van 30 X 30 cm gekozen met een dikte van 3 cm.

Het terras moet op een goede ondergrond gelegd worden en voor zien zijn van een vorstrand om het overtollig water op te vangen.

Laat het terras nooit direct aansluiten met het gazon of de klinkers maar voorzie een rand van grind met daaronder een draineringsysteem. In ons klimaat komen er tijdens de zomerse plensbuien enorme hoeveelheden water vrij van een terras, dat wij op deze wijze vakkundig wegwerken.

Een terras ligt meestal op het zuiden. Dit is niet altijd zo gunstig omdat het dan daar in de zomer te warm is om te zitten. Een tweede terras is erg kostelijk en weinig zinvol vandaar dat men veelal kiest voor een beschaduwde zithoek in de tuin. Deze zithoek wordt dan met een passende beplanting benadrukt of verborgen. Een pergola doet in dergelijke gevallen uitstekend dienst.

Ronde terrassen zijn enkel aangewezen indien er aan de terraskant rondingen aan het huis zijn of indien de borders of het gazon er in rondingen aansluiten. Ronde terrassen zijn ook moeilijker aan te leggen.

Terrassen in hout raden wij af omwille van het slipgevaar in de herfst en winter.


5. Bomen

In elke tuin hoort minstens één boom. Wij nemen bij voorkeur een inlandse soort of een soort die bij de omgeving past. In grote tuinen kan men zelfs hoogstam fruitbomen planten. Een perenboom is een van de mooiste bomen die er zijn. Er bestaan soorten die wel uitbundig bloeien maar geen vruchten dragen.

Teveel boomsoorten zijn voor de leek onbekend en dit leidt ertoe dat iedereen dezelfde soorten in de tuin heeft staan. Het loont echter de moeite met een tuinarchitect of tuinaannemer een bezoek te brengen aan een boomkwekerij.

Wij planten bij voorkeur een groter exemplaar, de meerprijs hiervoor is zeker lonend.

Een tip voor diegenen die een stuk grond of weide hebben die aansluit bij de tuin. De overheid geeft subsidies voor de aanplant van zeldzame inlandse fruitbomen. Deze bomen kan men bij de Nationale boomgaardenstichting aan een zeer voordelig tarief krijgen.

Tot slot kiest men een boom in verhouding tot de omvang van de tuin.

6. Veiligheid in de tuin

Indien onze kinderen of kleinkinderen in onze tuin spelen moeten wij er rekening mee te houden dat zij er geen gevaar lopen. Het is belangrijk dat wij ze zoveel mogelijk in het oog kunnen houden en daarom gaan wij onze tuin zo ontwerpen dat wij een goed overzicht hebben op de tuin. Vooral bij grote tuinen is dit zeer belangrijk. Wij zorgen er ook voor dat de eventuele waterpartijen voldoende afgeschermd zijn.

De houten speeltuigen zijn belangrijke elementen in de tuin waar nogal eens ongevallen bij gebeuren. Versplinterd hout kan tot kwetsuren leiden en alle metalen verbindingen dienen van inox te zijn want ijzerroest is zeer giftig bij verwonding.

In een kindvriendelijke tuin vermijden wij de aanwezigheid van scherpe voorwerpen of hindernissen hoe klein deze ook mogen zijn want een kind kan hierover vallen. Bij houten of ijzeren wippen gaat men onder de zitvlakken een autoband ingraven om de slag te dempen. Hierover kunnen de kinderen gemakkelijk vallen als men in de winter de wip naar binnen haalt. Beter maken wij een stuk rubber vast aan de wip zodat er niets in de grond achterblijf bij verwijdering.

Na de winter en in de loop van het jaar controleren wij alle speeltuigen op eventuele gebreken, scheurtjes (zeker de plastic tuigen) en losgekomen delen.

Wij leggen geen waterpartijen aan in de directe omgeving van het huis of terras.

Voor de veiligheid van de tuinman of tuinvrouw dragen wij bij het snoeien steeds een veiligheidsbril en handschoenen. Ook voor het gewone werk op en in de grond zijn er stevige handschoenen die onze handen volkomen beschermen.

Bij het opbergen van het gereedschap en tijdens het gebruik ervan zorgen wij ervoor dat niemand in de scherpe delen kan trappen.

7. Tuinverlichting

Er is een enorme diversiteit in tuinverlichting maar er zijn weinig goede apparaten in de handel en ze zijn over het algemeen erg duur. Niet zelden ziet men een tuin waar voor meer geld verlichting in staat dan planten.

De beste materialen wat waterdichtheid, duurzaamheid en stevigheid betreft zijn inox, lood en aluminium. We kiezen het best die apparaten waar wij een spaarlamp in kunnen zetten. Halogeenlampen werken meestal op een transformator en dit is meestal de zwakke schakel in het geheel, dus deze lampen gebruiken wij alleen als het echt nodig is.

Indien men tuinverlichting bij een bonafide handelaar koopt, vraagt men best dat men de verlichting bij jouw in de tuin komt uitproberen. Zo kan men de beste keuze maken welk apparaat in jouw tuin het beste past.

Er wordt vaak overdreven in de aanschaf van de verlichting in de tuin. Zorg eerst voor een mooie beplanting en kijk dan hoeveel licht men voor zijn tuin nodig heeft.

Een overdadige verlichting is meestal nodig in de winter, maar dan is er niemand van plan om na zonsondergang nog in de tuin te gaan zitten. In de zomer blijft het meestal lang klaar zodat de verlichting weinig dienst zal doen. De verlichting moet dus efficiënt zijn. Wij verlichten die plaatsen waar wij geregeld komen als het donker is zoals de paden en de bijgebouwen en voor de rest zorgen wij voor wat sfeerverlichting bij enkele mooie bomen of struiken.

Tot slot zorgen we bij de aanleg van een nieuwe tuin voor voldoende veilige bekabeling van 230 volt.

8. Houtstructuren

8.1. Grenenhout

Er zijn ontelbare houtstructuren in de handel te verkrijgen om de tuin te decoreren. Een van de grootste en voornaamste houtstructuren die men in een tuin aantreft is het tuinhuis.

Om een tuinhuis een lang en degelijk leven te geven moeten wij zorgen voor een goede fundering. Wij zetten het best op een betonnen ondergrond. Zo kan er geen ongedierte onder huizen. Indien dit niet mogelijk is, zetten wij het geheel op betonnen balen en voorzien wij de zijkanten met een strook kippengaas dat wij 20 cm ingraven. Dit voorkomt dat muizen en konijnen zich onder het tuinhuis gaan nestelen.

Een tuinhuis bestaat meestal uit onbehandeld hout. Om dit te beschermen kunnen wij het verven of vernissen. Alvorens wij dit doen brengen wij meerdere lagen (3) kleurloze houtbehandelaar aan. Wij behandelen de buiten en binnenkant! Wij moeten het hout echt verzadigen met het houtbehandelingsmiddel. Daarom soppen wij het geheel goed en meermaals in en geven de zaadnaden een extra beurt.

Het is ook mogelijk dat wij het tuinhuis aan de buitenkant met een houtbehandelaar bewerken. Bij een erkende schilderswinkel kan men een dergelijke behandelaar krijgen in eender welke kleur. Liefst kiezen wij dan een kleur die past bij de rest van onze tuin.

Wij herhalen deze operatie voor de buitenkant om de 3 jaar en voor de binnenkant en het dak om de 5 jaar.

8.2. Ander hout

Onder druk geïmpregneerd hout moeten we ook regelmatig behandelen maar hiervoor gebruiken wij een goedkoper product.

8.3. Tropisch hout

Deze houtsoorten mogen niet geschilderd of behandeld worden omdat verf of lazuur niet blijft zitten omwille van het hoge looizuurgehalte van het hout. Dit hout is van nature bestand tegen alle weersomstandigheden en rot niet (20 jaar garantie). De meeste tropische houtsoorten worden grijs zoals de teakmeubels.

Tropisch hardhout kopen wij bij een goede houthandel die een regelmatige omzet heeft want indien het hout te lang ligt heeft het de neiging om krom te trekken of te splijten.

Om dit hout aan elkaar te breien gebruiken wij inox spijkers en schroeven die tegen het overdadige looizuur kunnen.

9. Bloembakken

Dit zijn bakken in beton, hout of gemeste stenen die op een vaste plaats blijven.

Houten bakken zijn bij voorkeur uit tropisch hout. Wij zorgen bij alle bakken ervoor dat de bodem onder de bak voldoende water doorlaat. Indien dit niet het geval is, mengen wij zand door de ondergrond om de doorlaatbaarheid te bevorderen. De binnenkant behandelen wij met een niet giftig waterafstotend product. Dit laatste doen wij niet bij de houten bakken. Hier brengen wij een laag noppenfolie aan tegen de wand. Dit houdt het water van het hout en beschermt de wortels van de planten tegen de vorst.

Vooral buxus zal hiervoor erg dankbaar zijn want dan bevriezen de buitenste wortels niet en krijgt de plant geen groeistilstand.

Een stenen pot mag men nooit direct (zonder bescherming ertussen) op een vloer van een andere steensoort zetten daar de kans op stukvriezen dan aanzienlijk toeneemt. Wij zetten de potten op een isolerende laag rubber of kurk.

10. Vijver en waterpartijen

De aanleg van een vijver is een specialiteit. Hier volgen enkele tips waar wij rekening mee houden.

  • Plaats geen waterpartij onder of in de directe omgeving van bomen. Dit vraagt om teveel onderhoud.
  • Wij gebruiken de beste kwaliteit rubber voor de aanleg van een natuurlijke vijver. Wij verankeren de rubber over gans de lengte van de rand en ondersteunen deze met tegels, stenen of hardhout. De knaagdieren hebben namelijk de nijging om de rand van de vijver te ondermijnen zodat de randen verschuiven en afglijden.
  • De helft van een zelfaangelegde vijver moet een diepte hebben van 70 cm. In deze ruimte kunnen de vissen vorstvrij overwinteren. Wij laten de kanten schuin naar buiten oplopen.
  • Bij de constructie van vlonders en bruggen of andere houtstructuren gebruiken wij steeds inox schroeven. Wij onderhouden dergelijke elementen zeer goed.
  • Een vijver hoort niet vlak naast het huis of terras te liggen.

In kleine maar ook in grote tuinen kan een borrelsteen, een waterloopje of een muurfontein een goed alternatief zijn voor een vijver.

11. Tuinornamenten

Onder tuinornamenten rekent men beelden of vazen die op een vaste plaats in de tuin of terras innemen. Ze komen voor in beton, ijzer, lood, brons, zandsteen of arduin. Ze worden vaak in de laatste instantie in de tuin gezet. Ondanks het feit dat er veel getwist wordt omtrent de vormen, kleur en materialen van tuinornamenten in een tuin, is deze niet af als er geen ornament in staat.

De juiste keuze is belangrijk. Hier spelen factoren als schoonheid, afmetingen, materiaal, prijs een belangrijke rol. Als stelregel moeten wij aannemen dat men een ornament moet kiezen dat men het liefst ziet ongeacht het materiaal waaruit het is gemaakt.

Vaak staan de ornamenten op de verkeerde plaats in de tuin. Een beeld krijgt een gans ander plek toegemeten dan een vaas.

De mooiste, meest gedetailleerde en ook de duurste ornamenten zijn deze uit natuursteen, zandsteen, lood of brons. Daar ze eigenlijk kunststukken zijn, behouden ze hun waarde of worden duurder met de tijd.

Bij ornamenten moet men eveneens opletten dat men nooit geen twee verschillen steensoorten bij mekaar brengt. Wij brengen ertussen steeds een laag isolerende rubber of kurk aan.

Tot slot: een tuin is puur natuur, vermijdt dus kunststoffen en beton.

Copyright © 2004-2009 Quintux